Citaten

Op weg in vertrouwen

‘Christenen belijden een God die zich naar de mens toe beweegt, die ons uit liefde heeft geschapen en die ons uitnodigt ons hart voor zijn liefde te openen, omdat Hij weet dat we daarin onze echte vervulling, onze echte vreugde kunnen vinden.’

‘Het komt erop aan dat wij in harmonie leven met God, met onszelf, met de anderen en alles wat ons omringt en dat we alles doen om deze harmonie in stand te houden, te bevorderen en zo nodig te herstellen.’

‘Het is alleen de vergeving die de haat kan vervangen door vrede.’

‘Respect, erkenning, bevestiging, waardering, ruimte om onszelf te kunnen zijn en onszelf te kunnen ontwikkelen: het is dat wat we nodig hebben om ons echt mens te voelen en ons mens-zijn verder te kunnen ontplooien.’

‘Gods genade wordt ons geschonken om niet. Het is puur gave. Wanneer we er ons voor openstellen, kan Gods genade in ons vloeien als een stroom die zuivert en die voedt.’

‘Hoe groter de ruimte is die we voor God willen reserveren, des te meer liefde kan Hij ons schenken.’

‘De vreugde die we hier op aarde kunnen ervaren, is deze die een voorafspiegeling is van de volle vreugde die we slechts na dit leven zullen mogen ontvangen’.

‘Ook al lijkt de weg donker en kronkelend of lijken we bij momenten eerder moeizaam vooruit te komen, toch breng iedere dag ons dichter bij onze bestemming’.

‘Als christenen hebben we in Christus een groot voorbeeld dat ons kan helpen om een zin te vinden in het lijden en het lijden zelfs om te vormen tot iets wat vruchtbaar is.’

‘Het verlossingsgebeuren doordringt ons bestaan substantieel, het plaatst ons leven in een gans nieuw perspectief: met de verlossing is iets totaal nieuws in ons leven gekomen: de verrijzenis die we allen mogen delen met Christus.’

‘Hoop groeit wanneer we blijven verder zien dan het lege graf en God aanwezig weten, zelfs in onze grootste verlatenheid. Want verlatenheid is ons gevoel, Gods aanwezigheid de kracht van het geloof. Het is bij het lege graf, in de leegte en de verlatenheid van ons leven, dat het geloof wordt uitgenodigd te groeien of te ontstaan. Wanneer Hij ons het sterkst afwezig lijkt, is Hij ons het dichtst nabij.’