Opiniestukken

Valkuilen en contradicties rond euthanasie

Br. René Stockman

De hele problematiek rond euthanasie is een gelegenheid om eens kritisch enkele valkuilen en contradicties te benoemen die men ontmoet maar waarvoor velen bewust of onbewust de ogen sluiten. Wellicht bij velen onbewust, omdat men er gewoon niet bij stilstaat. Men laat zich zo gemakkelijk meesleuren door wat de massa denkt en zegt en ieder argument wordt door een emotionele reactie ontkracht. Vandaag denken velen niet meer vanuit argumenten, maar meer en meer en bijna uitsluitend vanuit emoties. Maar wellicht ook bij velen bewust, omdat men het niet aandurft tegen een maatschappelijke stroom in te varen. Tegen een stroom in varen is inderdaad lastig en meestal een zeer eenzame tocht. In sommige gevallen zelfs een gevaarlijke onderneming met onverwachte hinderlagen die kunnen opduiken. Sommigen zullen deze valkuilen en contradicties echter gewoon negeren, bestrijden en ze als contraproductief of zelfs pervers omschrijven, omdat ze overtuigd zijn dat tegen het uitvoeren van euthanasie geen enkele oppositie meer kan worden getolereerd. Het is tot een verworven mensenrecht uitgegroeid waarbij men van oordeel is dat de mensheid echt wordt gediend en bevrijd is geworden van iedere beperking op het zo geroemde zelfbeschikkingsrecht. Het recht op euthanasie kan volgens deze strekking niet anders worden gezien dan een nieuwe verworvenheid in een voortschrijdende beschaving.

Nochtans zijn er in deze laatste visie een aantal valkuilen en contradicties die onmiddellijk opvallen en die niemand kan ontkennen, alleen maar negeren of ridiculiseren.

Vooreerst zijn er de zogenaamde absolute autonomie, vrijheid en zelfbeschikking die verheven zijn boven alle andere menselijke waarden. Daaraan mag geenszins meer worden geraakt. Neen, we zijn niet tegen autonomie, vrijheid en zelfbeschikking, en in de geschiedenis zijn er echt bevrijdende momenten geweest waardoor de mens aan autonomie, vrijheid en zelfbeschikking heeft gewonnen. Daar kan niemand tegen zijn, dat kan niemand ontkennen en daar kunnen we alleen maar verheugd om zijn. We maken hier geen filosofische noch theologische beschouwingen, waarbij we ons kunnen afvragen of de mens zichzelf volledig kan losmaken van de medemens en zijn omgeving en zich daarom als een absoluut autonoom en vrij individu kan kwalificeren. We kijken gewoon naar het ogenblik waarop iemand in een bepaalde situatie besluit om euthanasie te vragen. Is de betrokken persoon nog volledig autonoom en vrij, in de veronderstelling dat hij of zij het voordien was, en kan hij of zij gebruik maken van de absolute zelfbeschikking, wanneer niet meer de vrije wil, maar de pijn en het lijden regeren en de mens als het ware in de greep hebben en dan ook sterk het beslissingsvermogen gaan bepalen? Zou deze mens hetzelfde besluit nemen indien de pijn en het lijden er niet waren, of indien er goede alternatieven zouden worden aangeboden waardoor deze pijn en dat lijden gemilderd kunnen worden? De huidige wet voorziet dat het de geneesheer is die moet bepalen of aan de voorwaarden om euthanasie uit te voeren is voldaan. Hij moet bepalen of het lijden inderdaad uitzichtloos en onomkeerbaar is en dat de zieke uitbehandeld is. Dus ook op dat vlak moet de persoon in kwestie zijn autonomie afgeven aan een derde die zal bepalen of euthanasie al dan niet kan worden uitgevoerd. En tenslotte zal de euthanasie eveneens door een derde worden uitgevoerd, wat ook een als een afbreuk kan worden beschouwd van de zo geroemde absolute autonomie en zelfbeschikking. Dus bij euthanasie zijn de absolute autonomie, vrijheid en zelfbeschikking eerder een mythe geworden, ondergeschikt geworden aan elementen in de persoon zelf en afgegeven aan derden die deze autonomie, vrijheid en zelfbeschikking gedeeltelijk of zelfs geheel overnemen.

Daarnaast kunnen we iets zeggen over het woordgebruik, en meer bepaald over de term “menswaardige dood”, zoals euthanasie vandaag wordt genoemd. Dit eufemistisch woordgebruik is heden ten dage volledig ingeburgerd en is erin geslaagd een op zich mensonwaardige daad helemaal om te buigen tot een hoogst menswaardige daad. Het zou hier niet meer gaan om het doden van een andere persoon, maar wel om het bevrijden van iemand uit een zogenaamde mensonwaardige levenssituatie. De act, een einde maken aan het leven, wordt hier toegedekt door de intentie: een eind stellen aan de pijn en het lijden dat dit leven met zich meebrengt. Men zou de menswaardigheid van het leven verhogen, door het leven af te nemen. Is er een grotere contradictie mogelijk? Wat men in feite zou willen verhogen en verbeteren, wordt volledig vernietigd en tot een definitief einde gebracht. Dit wordt nog versterkt door het feit dat men vandaag menswaardigheid heel gemakkelijk koppelt aan de kwaliteit van het leven. Menswaardigheid heeft in deze visie met kwaliteit van leven te maken, terwijl bij euthanasie het leven zelf wordt afgenomen, en men dus helemaal niet meer kan spreken van levenskwaliteit. Ondertussen weten we ook dat het een valkuil is om de menselijke waardigheid te verengen tot de kwaliteit dat het leven heeft. Ieder mens, ongeacht de zogenaamde kwaliteit van zijn leven, beschikt over een waardigheid die intrinsiek en ontologisch is, dus eigen aan zijn menselijke natuur, waardoor niemand of niets deze waardigheid kan afnemen.

Recente studies, o.a. van Fabian Stahle uit Zweden, spreken over een morele ontkoppeling die ontstaat bij het uitvoeren van euthanasie, zowel op het persoonlijke als op het professionele vlak. In de psychologie wordt dit een cognitieve herstructurering genoemd, waarbij normale mensen zover kunnen worden gebracht dat ze intrinsiek verkeerde handelingen uitvoeren maar deze als neutraal of zelfs als goed gaan beschouwen. Sommigen zullen hier spreken van een zekere afstomping van het geweten wanneer men bepaalde handelingen, die slecht zijn, als een routine gaat stellen in een omgeving die beweert dat deze handelingen helemaal niet slecht zijn en nu eenmaal tot het systeem behoren. In concentratiekampen voerden bewakers en beulen quasi onbewogen de meest onmenselijke handelingen uit omdat deze hen door hun oversten werden opgedragen en omdat er een hele omgeving was gecreëerd waarbij deze handelingen als normaal werden beschouwd tegenover medemensen die als minderwaardig werden omschreven. In zijn studie verwijst Stahle naar mechanismen die deze morele ontkoppeling in de hand kunnen werken: morele rechtvaardiging (het doel wettigt de middelen), het gebruik van een eufemistische woordkeuze (reeds aangehaald in ons vorig punt) en verontschuldigende of verzachtende vergelijkingen waarin kwaadaardige handelingen worden gehuld in een schijn van welwillendheid, door ze op een onjuiste wijze te toetsen aan normen die gelden voor andere situaties. Ik denk dat deze theorie inderdaad heel toepasselijk is op diegenen die vandaag euthanasie uitvoeren en dit bijna als een routinehandeling gaan beschouwen. Ze zien het als een bevrijding uit een mensonwaardig lijden, ze spreken heel spontaan over de zachte of menswaardige dood, het liefst gekaderd in een sfeer met zachte muziek en een glaasje champagne bij het afscheid nemen van de geliefde, en beschouwen uiteindelijk het toebrengen van een dodelijke injectie als een deel van hun therapeutisch handelen. Het is alsof de therapie ermee wordt afgesloten. Vooral de routine, de gewenning, zal hier een grote rol spelen. Wellicht zal bij iedere arts de uitvoering van een eerste euthanasie een psychologische shock teweegbrengen, maar in een omgeving die euthanasie als heel gewoon gaat beschouwen, zal bij voldoende herhaling ook bij de arts de psychologische weerstand vervagen, tot het een gewone routine-handeling is geworden. In een aantal Nederlandse uitzendingen, waarbij een euthanasie life werd opgenomen, zien we hoe diegene die de euthanasie uitvoerde, daarna gewoon verder overgaat tot de andere dagelijkse werkzaamheden. De morele ontkoppeling lijkt hier volledig. Euthanasie is bovendien geen medische handeling en is volledig in strijd met wat geneeskunde behoort te zijn. Is nog een grotere contradictie mogelijk?

We moeten ons de vraag stellen hoe het komt dat een handeling als euthanasie op relatief korte tijd binnen onze samenleving als iets ‘dood-gewoons’ wordt beschouwd. Eerst vindt men dat euthanasie moet mogelijk zijn in een aantal uitzonderlijke gevallen, en dus best niet meer strafbaar wordt gesteld, om daarna over te gaan tot een ruimere goedkeuring waarbij thans zelfs gestreefd wordt naar de erkenning van euthanasie als een patiëntenrecht. We zien dat steeds dezelfde strategie wordt gebruikt om zeer delicate en betwistbare handelingen maatschappelijk aanvaardbaar te maken. Vooreerst tracht men de publieke opinie te beïnvloeden via een mediagenieke manipulatie van een aantal extreme casussen en wordt de focus totaal gericht op het onmenselijke van het lijden. Daardoor probeert men bij het grote publiek verontwaardiging op te roepen en een gevoel van compassie te creëren. Tegelijk benadrukt men dat iedere daad die deze mens uit zijn uitzonderlijk lijden zou kunnen verlossen, m.n. via euthanasie, nog steeds als een misdrijf wordt bestraft. Er ontstaat in de geest van het publiek dus een innerlijke strijd, noem het een verwarring: verontwaardiging, compassie en tegelijk afkeer om een handeling die deze situatie zou kunnen verhelpen nog verder als een misdrijf te beschouwen. Dezelfde strategie is overigens ook gebruikt om abortus te depenaliseren. Eigenlijk worden deze extreme casussen misbruikt om iets heel uitzonderlijks te veralgemenen. Daardoor wordt de deur op een kier wordt gezet, en onderzoek heeft uitgewezen dat wanneer men eenmaal 10 % van een populatie van iets overtuigd heeft, de rest heel gemakkelijk volgt. Dikwijls worden ook nog valse statistieken gebruikt om te beweren dat zogenaamde wetenschappelijke steekproeven hebben uitgewezen dat een meerderheid van de bevolking gewonnen is voor het depenaliseren van euthanasie. De misleiding van het publiek is zo gerealiseerd. Wie zou het dan nog aandurven om er een andere mening op na te houden en tegen deze zogenaamde meerderheid in te gaan. We kunnen ook hier echt van een valkuil spreken.

Ik wil nog een laatste contradictie vermelden die opduikt bij het ganse proces van depenalisatie en legalisatie van euthanasie. Dikwijls hoort men de opmerking dat het beter is iets te legaliseren dan het clandestien te gedogen. Dus de stelling luidt hier dat wanneer iets clandestien wordt uitgevoerd dit uiteindelijk ook een wettelijk kader verdient. Echter, niemand zal eraan denken en aanvaarden dat stelen, dat toch wel een clandestiene daad bij uitstek is, omdat het nu eenmaal clandestien gebeurt en daarom best uit de clandestiniteit wordt gehaald, ook gelegaliseerd moet worden. Ik zou de maatschappelijke verontwaardiging die dit zou oproepen begrijpen, en terecht. Maar dezelfde verontwaardiging blijft uit wanneer het gaat over het doden van een medemens. Is doden van een medemens niet veel erger dan stelen? Een daad onder bepaalde voorwaarden depenaliseren en achteraf zelfs legaliseren moet toch steeds te maken hebben met het creëren van een betere en meer veilige samenleving voor haar burgers. Dat zou toch de eerste bekommernis van de wetgever dienen te zijn: zorgen dat via wetten een veilige omgeving wordt gecreëerd. En we weten dat veiligheid vandaag een heel actueel en gevoelig thema is. Wordt onze maatschappelijke omgeving nu echt veiliger en beter met een deur die steeds verder opengaat richting euthanasie, met recent nog het pleidooi om ook aan dementerenden die niet meer in staat zijn hun mening te uiten, hun vroegere wens voor euthanasie in te willigen? Beseffen we voldoende dat door het openen van de doos van Pandora m.b.t. zeer delicate handelingen zoals euthanasie we thans bijna bijna volledig van het hellend vlak zijn gegleden naar een angstaanjagende en onheilspellende toekomst, vooral voor de allerzwaksten in onze samenleving? We hebben voor deze nefaste evoluties in onze samenleving reeds jarenlang ernstig en publiek gewaarschuwd.

Valkuilen en contradicties genoeg om eens ernstig na te denken hoe we als samenleving aan het evolueren zijn, waarbij het depenaliseren en legaliseren van abortus en euthanasie toch wel tot echte symbolen zijn uitgegroeid van een maatschappij die steeds meer de nadruk legt op het utilitarisme, het individualisme en het hedonisme. De vraag is hoever men zal en kan gaan tot we tot een maatschappij komen of ernaar terugkeren waar finaal alleen nog het recht van de sterkste zal primeren.

Bibliografie

  • Montefusco, Cecilia, Eutanasia, chimera di libertà, certezza di morte. San Giorgio Jonico, Edizione Servi della Sofferenza, 2011, pp. 190.
  • Raymakers, Dr. Janthony, Moral disengagement – mechanismen die de euthanasiebeweging voortdrijven. Acta Medica Catholica, vol. 87, 2018, p. 70 – 73.